Florae Gecks-kap

Het is bijna vier eeuwen geleden dat de tulpenbubbel barst. Op deze zogenoemde Zwarte Dinsdag op 3 februari 1637 stort de windhandel in tulpenbollen in en komt er een einde aan de tulpengekte. Al eeuwenlang worden de financiële gevolgen van het uiteenspatten van deze zeepbel rijkelijk overdreven. Een betrekkelijk kleine hoeveelheid handelaren en kwekers komt er berooid vanaf. Wat wel klopt is dat de torenhoge bedragen van sommige tulpenbollen plotsklaps kelderen. Voor de crash kon je zo’n vierduizend florijnen vangen voor een Viceroy-tulp en meer dan vijfduizend voor bijvoorbeeld een Semper Augustus-tulp of een Catolijn van Enchuysen-tulp. Na afloop kon je deze bollen krijgen voor een habbekrats. In het kielzog van deze crash verschijnen er tal van spotprenten en spotliedjes.

Een bekende spotprent is Floraes Gecks-kap van Pieter Nolpe. De prent barst van de satirische symboliek. Op deze beeltenis zie je een herberg in de vorm van een grote narrenkap. Een kleine goudweegschaal verraadt dat het hier een samenzwering van tulpenhandelaren betreft. Boven het gezelschap staat “compartie”, de naam voor een dergelijke samenkomst van handelaren. Onder de vlag van de narrenkap zien we hoe in de verte de godin Flora, zittend op een ezel, wordt verjaagd. Aan de linkerkant van de kap staan een aantal figuren op een verhoging. Geheel links staat een duivelsfiguur die in zijn ene hand een zandloper vasthoudt en in zijn andere hand een hengel met een lange lijn waaraan verkoopaktes zijn gesnoerd. Naast hem kiepert een man tulpenbollen weg. Ook linksonder zien we bollenboeren met volgeladen kruiwagens tulpen wegvoeren naar de mestvaalt. De tulp had, bij machte van de godin Flora, tulpenverzamelaars, tulpenhandelaars en tulpenboeren aan het lijntje gehouden. Zij sloegen burgermoraal en zedelijkheid in de wind en nu moesten zij misleid door hun hoogmoed, hebzucht en wellust op de blaren zitten.